de Klarinet  
tijdschrift home abonneren adverteren colofon contact
artikelen
evenementen
nootjes
concertagenda
vooruitblik

Artikelen

2010-03-11 05:07:05

De Contrabasklarinet van Benedikt Eppelsheim
 
De Spyker (pardon, Saab) onder de contrabassen…

door Henk Jansen

Al een flink aantal maanden geleden mocht ik het genoegen smaken op een soort Rolls Royce te blazen, namelijk de nieuwe, door Benedikt Eppelsheim uit München ontwikkelde contrabasklarinet, die ook de omslag van deze uitgave van de Klarinet siert. Een instrument dat werkelijk erg makkelijk aansprak, met een zeer soepel lopende techniek en dat je het liefste direct even in zou willen pakken voor de volgende repetitie van je clarinetchoir, wanneer je niet op de prijs hoefde te letten…

Het instrument was bij Atelier Aerofoon in Skûlenboarch een paar weken ‘op bezoek’ en mocht daar geprobeerd worden. Het Atelier is vertegenwoordiger van de instrumenten van Benedikt Eppelsheim en is ook importeur van de eerder ontwikkelde tubax (een erg lage saxofoon). Hierbij presenteren we aan de lezers graag dit nieuwe instrument. Om zowel vanuit de technische als de muzikale hoek meer te weten te komen, heb ik een aantal technische vragen voorgelegd aan Eppelsheim, via Nathan Frank Baan van Aerofoon en een aantal muzikale aan Claudio Puntin, die het instrument bespeelt en mee heeft helpen ontwikkelen. Claudio Puntin had het instrument in 2007 al mee naar de NERV-Conventie in Utrecht en speelde er toen kort op.

Vragen aan de bouwer
Bijzonder aan de bouwer Benedikt Eppelsheim is, dat deze zich met name gespecialiseerd heeft in extreme instrumenten, zoals de soprillo saxofoon (nog een octaaf hoger dan de sopraan), de erg lage tubax, de contrafagot en de contrabasklarinet. Door zich op deze instrumenten toe te leggen, kan hij exclusief blijven en hoeft hij niet met de grote merken te concurreren. Ook kiest hij ervoor om alles zelf te ontwikkelen en praktisch alles zelf te bouwen. Benedikt Eppelsheim ‘berekent’ eerst een instrument voordat hij een proefmodel bouwt. Hij is er in geslaagd de beroemde akoestische berekeningen van Adolph Sax te verbeteren. Door zijn uitermate grote kennis van akoestiek, is het voor hem mogelijk om meestal slechts één prototype te bouwen. Dit is dan vaak al bijna productierijp.
In het geval van deze contrabas was er slechts één eerder prototype, dat vooraf ging aan het huidige instrument; dat was dus het instrument dat Claudio in 2007 bij zich had.
Na het instrument zelf kort te hebben bespeeld, had ik de volgende vragen voor de bouwer.

Wat is er veranderd aan het prototypemodel? We hebben gehoord dat dat toch iets zwaarder blies.
Klopt, de mensuur (boring, red.) van de hals en het eerste gedeelte direct na het mondstuk is nog iets aangepast, en de grootte van de toongaten is nog iets gewijzigd. Veranderingen die een enorme verbetering geven! Nu is het instrument nog toegankelijker voor alle blazers.

Is er een speciale reden voor dat de toongaten zo groot zijn?
De toongaten zijn zo groot als maar mogelijk is. Dit in verband met het aanspreken van het instrument. Juist bij de lage tonen, waar de toongatafstand steeds groter wordt. In het middenregister en hoger zijn de toongaten wat kleiner, omdat je anders verschil zou krijgen in weerstand, bijvoorbeeld bij de registerwissel van bes naar b of c.

Het enorm grote bereik, hoe functioneert dat voor de muzikant? (Op de foto onderaan dit artikel kun je zien dat er een soort slangetje aan zit, waarmee een altklarinetregister bediend kan worden! HJ).
Het is net als bij de tubax (contrabassax in es, HJ) een extra overblaasgat, maar dan bediend via een kabeltje, zoals vroeger een sluiterkabel van een fototoestel. Dit extra toongaatje is klein, maar is zo gebouwd dat het nauwelijks dicht kan gaan zitten door vocht. Het extra bereik is weliswaar niet zo groot als bij de tubax of de Eppelsheim bassax. Ik vermoed dat het altissimoregister makkelijker bespeeld kan worden op een contrabasklarinet met een nauwere mensuur dan op dit nieuwe model met wijde mensuur. Er is voor de doorzetters overigens een grepentabel beschikbaar.

Wat is het geheim van de waterdrukhals?
Dat is absoluut geen geheim; er zijn meer bouwers die het ongeveer zo doen. De hals wordt onder waterdruk in een mal geperst. De exactheid en afwerking van de mal is echter het cruciale punt. Daarmee krijg je de perfecte aanzet en stemming. De hals is van binnen extreem glad en het materiaal evenwichtig qua dikte. Met de hand buigen geeft grote problemen en is dus niet geschikt. Mijn mal is geheel berekend qua maat, en de afwerking ervan staat op een zeer hoog niveau. Voor de extreem hoge waterdruk bouwde ik mijn eigen machine.

Vragen aan de eerste bespeler
Na al deze technische details nu enkele meer muzikale vragen aan de speler die vanaf het begin betrokken was bij de ontwikkeling van de contrabas, Claudio Puntin.

Hoe speelt het instrument door alle registers?
Alle registers spreken eigenlijk veel makkelijker aan, maar zijn vooral veel dynamischer en zuiverder door de laatste verbeteringen aan materiaal en het beter afstellen van de onderlinge verhoudingen tussen de gaten. Wanneer een instrument zuiverder is, gaat het natuurlijk ook voller en luider klinken.

Speel je met een koord of met een poot?
Ik speel staande met een speciaal gemaakte poot. Je kunt deze ook korter maken om zittend te spelen.

Voor welke muziek zou je dit instrument willen gebruiken?
Dat is een onzinnige vraag! Muziek is nooit afhankelijk van een bepaald instrument! Zeker niet voor een instrument waar traditioneel nog niks voor bestaat.

Hoe zou je het karakter van de contrabas beschrijven?
Vergeleken met de instrumenten die we kennen, is dat veel voller en dikker in geluid en meer gelijk van klank over alle registers.

Hoe mengt de contrabas met andere instrumenten?
Ik gebruikte het in een aantal ‘popsongs’ als een vervanging voor de elektrische bas en was verbaasd hoe goed dat uitpakte, zeker wanneer er zacht en ‘vol’ op gespeeld werd. (Luister ook naar mp3’s op de website van Eppelsheim, zie hieronder, HJ).

Denk je dat dit instrument veel bespeeld zal gaan worden?
De wereld van de spelers is een erg traditionele, die moeilijk in beweging komt. Maar wanneer je ziet hoe de contraforte – een ander instrument van Eppelsheim – tamelijk snel de contrafagot heeft vervangen, zou het best kunnen dat deze contrabas snel dezelfde kant opgaat.

Welke mondstukken gebruik je?
Ik maak mijn eigen mondstukken. Het type MP van Zinner of sommige Leblanctypen zijn goed om mee te beginnen.

Heb je er al mee opgenomen, afgezien van de korte stukken op de website?
Ja, ik gebruikte de contrabas voor enkele soundtracks bij films (zie www.soundlesswindchime.com, HJ), maar ik zal spoedig solo-opnames gaan maken met dit nieuwe type.

Op de contrabas is fraai graveerwerk te zien, waarvan ik hoorde dat Claudio dat zelf maakte. Hoe zit het met het graveerwerk?
Ja, dat is een zijpad van mijn artistieke werk. Ik deed de opleiding voor ontwerper en goudsmid en een aantal jaren geleden zag Benedikt het graveerwerk dat ik maakte voor de tubax van Steffen Schorn. Hij nam me toen in dienst om veel van zijn instrumenten te graveren. Dat is een geweldig leuke bijkomstigheid om te doen voor alle fervente instrumentliefhebbers en zijn we dat niet allemaal?

Tot zover de bijdragen van Claudio Puntin en Benedikt Eppelsheim. Ik ben heel benieuwd hoe het instrument zijn weg zal weten te vinden in het muziekleven!

Achtergronden over Eppelsheim zijn te vinden via www.eppelsheim.com. Op deze website kan men ook mp3-opnames van Claudio Puntin op de nieuwe contrabas beluisteren.

Met dank aan Aerofoon Atelier (Nathan Frank Baan en Ruurdtje Ellens) en Claudio Puntin.

Contrabas Klarinet

 

 

www.marjanvisser.nl word abonnee!